Julius Röntgen en Pablo Casals

In november 1902 legde de muziekcriticus Hugo Nolthenius de tweede cellosonate op. 41 van Julius Röntgen voor aan Pablo Casals en Harold Bauer die voor optredens in Nederland waren. Het werd het begin van een langdurige vriendschap tussen Röntgen en Casals die leidde tot drie cellosonates die Röntgen in de jaren  1905-1907 voor Casals componeerde: de  Sonate nr.  3 (1905), de Sonate nr. 4 (1906) en de vijfde Sonate op. 56.

Röntgen had grote affiniteit met de cello. Van jongs af aan was hij vertrouwd met het instrument en wel op het hoogste niveau. Zijn volle neef en boezemvriend uit zijn jeugdjaren in Leipzig was Julius Klengel , de legendarische cellist, componist en docent aan het Leipziger Conservatorium. Met Klengel en diens leraar Emil Hegar heeft de jonge Röntgen veel  samengespeeld. Nadat Röntgen zich in Amsterdam had gevestigd, in 1878, heeft hij hechte vriendschappen ontwikkeld met diverse cellisten en met enkele van hen intensief samengewerkt, zoals Henri Bosmans, Isaac Mossel en Pablo Casals.

Op 13 juni 1907 schrijft Röntgen vanuit Parijs aan zijn vrouw Mien (Abrahamine des Amorie van der Hoeven):

“Gestern hatte ich einen herrlichen Tag, den ich nicht leicht vergessen werde, so voll der schönsten und glücklichsten Eindrücke war er … Ich traf Casals in Morgenanzug auf der Sopha liegend und Suggia neben ihm Cello spielend* [Guilhermina Suggia, zelf een voortreffelijke celliste, was de vrouw van Casals]. Grande surprise, embrassements très chaleureux! Dann stürzte er sich gleich auf meine neue Cellosonate [de Sonate op. 56], las erst ein wenig darin und dann spielten wir sie und zwar vollendet. Alles klang so wie ich’s mir gedacht hatte und meine Freude war grosz. […] Nach dem Spielen gingen wir im Garten, Casals liesz zur Feier seine Fontaine und einen etwas schwindsüchtigen Wasserfall springen, Suggia holte Spanischen Wein, dazu sangen die Amseln – der herrlichste Sommerabend!”

Tijdens een volgend bezoek aan Casals in Parijs in 1909 bracht Julius Röntgen zijn zojuist voltooide Tweede celloconcert mee. Casals toonde zich enthousiast en nam het werk in studie. Op 12 februari 1910 vond de première plaats in Brussel en in het voorjaar 1911 speelde Casals het concert met het Concertgebouworkest onder leiding van de componist in Utrecht, Amsterdam en Den Haag.

Jurriaan Röntgen

 

Julius Röntgen en Pablo Casals, Huize Gaudeamus, mei 1932